Deze website gebruikt cookies om het bezoek te meten, we slaan geen persoonlijke gegevens op.
 
Welkom bij CDVriend
Informatie CDVriend
Veel gestelde vragen
Gastenboek
Rob's CD Recensies
Rob's Concert Reviews
Rob's mooiste platen
De Stelling: Doe mee!
Nieuw binnen bij CDVriend
Producten
Nieuwe CD's
Tweede Kans CD's
Special CD-sets/Collector's Items
Special Live Recordings
Prince Cd's
CDVriend PROMO acties
  CDVriend
North Sea Jazz - Prince - 8 juli 2011


Nachtje uit geweest. Eerst naar NSJ en toen, voor de tigste keer, naar Prince die aansluitend aan het NSJ programma een nachtconcert gaf.

NSJ was voor mij de eerste keer. Heb me redelijk vermaakt maar eigenlijk heb ik alleen echt genoten van Janelle Monae, van wie ik daarvoor nog nooit gehoord had, en Larry Graham. Ik had wel gehoord van Paul Simon en BB King maar die vond ik beiden ronduit slaapverwekkend. Verder heb ik iets gezien van Waylon (best aardig) en Portuendo oid...niet mijn smaak maar snap dat anderen dat heel mooi vinden.

Ik heb inmiddels ook de kritieken gelezen op de vrijdagshow van Prince. Voor wat betreft het geluid, dat vond ik, in de Arena, zeer goed. Kan niet oordelen over andere plaatsen in Ahoy maar gezien de stroom van kritiek op diverse forums, zal dat dan niet best geweest zijn. Jammer voor ze. Moeten ze maar een duurder kaartje kopen ;-)

Voor wat betreft de show: helemaal mijn ding. Ben grote liefhebber van de funkjams van de man en heb inmiddels veel minder belangstelling voor de hits. In die zin voor mij een perfecte setlist. Ik zou kunnen klagen over de hoeveelheid covers maar, misschien muv Foxy Lady ,werden alle klassiekers een niveautje of 80 opgelift door onze smurf. Echte een funkwervelstorm dus en in mijn top 5 van optredens van Prince (hetgeen top 10 is van alle concerten ooit gezien). Met het licht ging wel veel mis maar who cares.

Publiek was helaas significant suffer dan gebruikelijk bij Prince shows. Als je komt voor softsalsa, Paul Simon en nog zo wat, en dan, omdat je er toch bent, Prince even meepakt, dan kun je een zware avond gehad hebben. Ik bedoel, als je bij Controversy nog steeds met je hoofd in je handen als een zombie naar het podium zit te staren, ben je een ouwe hoelaa. En die waren er best veel. Deed aan de muziek niets af maar de stemming was mat. Ben van mening dat het NSJ publiek geen perfecte match is met het Prince publiek.

Op basis van dit optreden, heb ik toch maar weer besloten de 26 ste naar Ahoy af te reizen. Voor de 23 ste keer. Sorry daarvoor. Ahoy binnen rennen zal ik niet doen, maar de spanning die meisjes van 14 hebben bij Justin Bieber, heb ik nog best als ik naar een optreden van Prince ga. 
 
U2 , 21 Juli 2009 , Amsterdam Arena

Dinsdag 21 juli 2009 ben ik maar weer eens naar mijn geliefde Amsterdam Arena getogen. U weet wel, dat zaaltje waar men het beste, en niets anders dan het beste, met de bezoekers voor heeft. Zo vind je bijvoorbeeld al een acceptabele parkeerplaats op slecht 25 minuten lopen van het zaaltje. Ook geven de medewerkers van de Arena zelf je volop gelegenheid om van een indrukwekkend natuurverschijnsel te genieten door de deuren niet om 18.00 uur te openenen maar om 18.40 uur. Gelijk hebben ze, anders stap je zo maar droog naar binnen en heb je niets meegekregen van het fascinerende onweer en bijpassende stortbuien. Dat zou toch een gemiste kans zijn. Verder kun je, eenmaal binnen, zo gaaf, een menubox kopen. Ik wist echt niet dat koude friet en een cheeseburger zonder kaas zo lekker kon zijn. Klasse hoor. Dat kopen gaat trouwens, ook heel tof, niet met echt geld, maar met zo’n kaartje. Supergaaf is dan vervolgens dat, wat je ook bedenkt aan inkopen, je altijd uitkomt op een restsaldo van 1 euro. Een briljant wiskundige moet hier achter gezeten hebben. En voor die ene euro kun je helemaal niets kopen. Wat er nog het dichtst bij in de buurt komt is een zakje chips van ....€ 2,50. Gelukkig maar, nu ga je tenminste nog met iets van waarde naar huis hé.

Inmiddels zal de lezer zich afvragen waarom ik, na een eerder echec aldaar, toch weer in de Arena terecht gekomen ben. Nou dat zit dus zo. Ik ben sinds mijn 16e “fan” van U2. Ik was dat ten tijde van de kaartverkoop voor het concert nog steeds. Dus ja, ik zo’n kaartje gescoord om voor de 8e keer of zo U2 te gaan bekijken. En daarover zal ik eens een verhaaltje schrijven.

Laat ik beginnen met de plaats die ik had weten te bemachtigen. Die was top. Weliswaar tweede ring maar met zicht echt recht op het podium. Dat was alvast cool. Helaas zat ik wel in een rij waar een aantal mensen zaten die, qua omvang, er goed aan hadden gedaan om twee kaartjes te kopen. Ik bedoel, als je op twee stoelen moet zitten waarom koop je dan maar 1 kaartje? Maar gelukkig ben ik vrij slank en met een kwart stoeltje ben ik al blij. Alles om de corpulente medemens het naar de zin te maken. Ik heb ze zelfs nog het restant van mijn menubox aangeboden hetgeen gretig en in dank werd aanvaard. Dus voor wat betreft het tonen van een stukje menselijkheid, een van de credo’s van U2, heb ik zondermeer mijn bijdrage geleverd. Nu we het toch even over het publiek hebben...dat was gemêleerd...zeg maar. Best veel papa’s met bril, bierbuik en een zoontje maar ook best veel lieve mevrouwen van een jaar of 55 wiens andere culturele hoogtepunt de jaarlijkse bbq van de wijkvereniging is. Een echt stoer rockpubliek dus en dat verdient U2 ook.

Maar...voordat die het podium op zouden komen, was het de beurt aan Snow Patrol. Nu vind ik dat een band die mij op plaat over het algemeen weinig bijzonder in de oren klinkt. Dus echt hooggespannen waren de verwachtingen niet. Maar het moet gezegd dat het optreden behoorlijk aangenaam was. De band heeft een sympathieke uitstraling, de zanger een fijne stem en ik heb me door kenners laten vertellen dat de setlist een meevaller was. Shot Your Eyes vond ik, mede dankzij enige publieksparticipatie, het hoogtepunt van een optreden dat dus leuker was dan verwacht. En het geluid....ook beter dan verwacht maar daarbij moet dus aangetekend worden dat ik een erg fijne plaats had.

Daarna was het de beurt aan de rockgoden van U2. Ik moet bekennen dat het verwachtingspatroon bij een optreden van U2 wat lager ligt dan pakweg 15 jaar geleden. Toen vond ik bijna alles wat ze uitbrachten de moeite waard hetgeen er voor zorgde dat, ongeacht de setlist, de kans op een vermakelijke avond vrij groot was. Nu ligt dat anders. De laatste cd No Line on the Horizon vind ik weinig memorabel en ook de vorige twee hebben niet geleid tot een euforische stemming in huize Van de Griend. Even afwachten dus wat het zou gaan worden.

En het is helaas voor mij, uitgelopen een enigszins teleurstellende avond. Dit heeft alles te maken met de setlist. U2 heeft naar mijn smaak 50% geweldige songs, 25 % ok songs en 25 % liedjes die weliswaar door een groot publiek gewaardeerd worden maar niet door mij. Laat de band, in zijn veel geroemde evolutie, nu juist een voorkeur hebben ontwikkeld voor de songs in die laatste categorie . Ik bedoel maar, van die laatste cd werden maar liefst 6 nummers gespeeld. Da’s echt keiveel. Nu is Magnificant nog wel aardig, dat klinkt tenminste als U2. Maar wat er verder voorbij komt? Een disco remix van I'll Go Crazy If I Don't Go Crazy Tonight bijvoorbeeld. Nu is aan dat lied weinig aan dus een echt groots moment ging er niet aan verloren, maar als ik op een vierkwartsmaat wil stuiteren dan ga ik wel met Tessa naar de Mega Mindy show (Tessa: een na jongste en tevens een na oudste dochter van 3 jaar-red). De rest van het publiek vond het overigens wel leuk.

Het grootste bewijs echter dat, na een "huwelijk" van 27 jaar, sleet zit op de relatie U2 en VanDeGriend, is het gegeven dat mijn vrienden menen het concert te moeten afsluiten met Moments of Surrender. Nu lees ik her er der dat andere U2 liefhebbers dit lied een emotioneel hoogtepunt vinden, maar ik ben blij dat ik psychisch enigszins in balans ben en er meer voor nodig is om tot tranen toe geroerd te worden. Ik heb het eerder gemeld en het lijkt mij gepast het hier te herhalen: Moments of Surrender is het allerdroevigste dat U2 ooit heeft opgenomen. Dat bedoel ik dan niet als een kwalificatie voor de sfeer van de song maar gewoon downright negatief. De rest van het publiek vond het overigens wel leuk.

Over de rest van de setlist ben ik ook niet super tevreden. Veel lawaaierige nummers in de 25% best ok maar niet super categorie zoals Vertigo, A Beautifull Day en Elevation, Daarnaast toch ook nog wat andere helaas pindakaas momenten in de 25 % ga maar even naar de wc categorie, zoals het een na slechtste U2 nummer ooit: Stuck in a Moment. De rest van het publiek vond het overigens wel leuk.

En dan was er natuurlijk nog het traditionele "wij zijn een betrokken band" zever moment. Het zal aan mijn inmiddels omgeslagen humeur gelegen hebben maar dit viel dit keer niet in goede aarde. Ik twijfel niet aan de goede bedoelingen van Bono cs. en vind het bewonderenswaardig dat ze niet alleen maar geïnteresseerd zijn in een rockhelden bestaan. Het zorgwekkende echter is dat Bono met zijn praatje zoveel bijval krijgt dat hij waarschijnlijk denkt dat zijn publiek daadwerkelijk snapt wat hij bedoelt. Ik weet echter zeker, en ik verwed er een ruim met slagroom toebedeelde appeltaart onder, dat slechts 10 % van het publiek weet over welk land het ging, slechts 5 % van het publiek de naam van het desbetreffende land correct weet te spellen en slechts minder dan 0,1 % weet hoe de dame aan wie Bono Walk On opdroeg, heet. Oh ja..alleen de achternaam keur ik al goed en googlen is verboden. Daarna was er ook nog een videopraatje van Desmond Tutu en dat lijkt mij een lieve man. Maar als ik een lieve man wil zien, dan ga ik liever gratis koffiedrinken bij mijn vader dan 135 euro wegtikken om in Amsterdam te luisteren naar de woordjes van Desmond. En dat doet niets af aan mijn met Desmond gedeelde belangstelling voor een betere en vreedzame wereld. Maar goed, de rest van het publiek vond het wel leuk.

Viel er dan niets te genieten aan het optreden. Zeker wel. Laat ik beginnen te melden dat de band mij prima in vorm leek. Bono was goed bij stem en ook zijn 3 vriendjes leken het goed te doen. Ze genoten ook zichtbaar van hun loopjes naar delen van het publiek alwaar zij zich laafden aan de hartstochtelijke toejuichingen. Dat het band effect wat verloren gaat als de respectievelijke leden op 100 meter afstand van elkaar hun dingetje staan te doen, nemen we dan maar voor lief. Verder kwamen er toch ook wat, goed gespeelde, nummers voorbij uit het U2 Premium segment. Sunday Bloody Sunday, hoe vaak ik het ook gehoord heb, blijft een onverwoestbare kraker. Daarnaast doen nummers als Pride, Bad en Untill the End of the World betere tijden herleven. Ook de gebruikelijke uitstapjes naar collega artiesten, dit keer de onvermijdelijke Michael Jackson, The Clash en The Doors, vond ik goed getimed en vermakelijk. Dus ze kunnen het heus nog wel. Ik heb echter moeten concluderen dat U2 een andere afslag heeft genomen als ik. Van de 22 gespeelde songs kwamen er slechts 8 uit de door mij gewaardeerde categorie. Nu is dat nog geen ramp als deze worden aangevuld met nummers uit het ok segment. Ik moet echter, helaas helaas, constateren dat U2 zijn pijlen richt op die nummers waar ik net zoveel mee heb als met nummers van pakweg Bon Jovi. Deze keuzes leiden kennelijk tot grote bijval van het publiek en successen. Dit is ze van harte gegund maar mij rest geen andere conclusie dan dat ik mijn best heb gedaan maar dat U2 onze verkering toch heeft uitgemaakt.
NICK CAVE, 28 april 2008, HMH Amsterdam

Nick Cave kende ik natuurlijk wel. Typisch zo’n artiest waar ik een paar uitverkoopjes van heb meegepakt in de loop der jaren. En hoewel de beschrijvingen die over Nick zijn werk zoal te lezen zijn, precies in mijn straatje passen, is het in al die jaren maar niet gelukt om onder de indruk te raken van zijn muziek. Maar goed, het moet gezegd dat ik ook alleen precies die plaatjes in huis had om net overeind te blijven als erkend muziek liefhebber mocht op een obscuur feestje het gesprek op deze wonderbaarlijke man komen. Teksten als “Goed nummer hè, dat Tupelo” zouden dan mijn geloofwaardigheid moeten redden. Ja inderdaad, ik heb, naast een aantal titels die ik nog nooit gedraaid heb (tja) The Greatest Hits en die heb ik 3 x geluisterd ter voorbereiding op dit concert. En Dig natuurlijk, want dat zou een geweldige plaat zijn. Mwah, daar kun je het dus over hebben.

Inmiddels vraagt de argeloze lezer zich wellicht af hoe ik toch bij dat concert in de HMH, 50 euro en 125 kilometer verder, terecht ben gekomen. Dat zit zo, op MusicMeter ben ik, samen met wat andere leden, hevig gestalkt door superfan Rayman. Nick live is een belevenis en je kunt simpelweg niet aan de verkeerde kant van het gras gaan liggen zonder dat een keer meegemaakt te hebben. Aldus Rayman. Nu wordt dat laatste ook wel gezegd over de Rolling Stones maar van die act heb ik toch besloten het er maar op te wagen. Ga waarschijnlijk ook het graf in zonder een keer een ijsbeer in de wilde natuur te hebben gezien en ook daar slaap ik, heel gek misschien, toch ook niet minder van. Maar Nick wilde ik dan wel uitproberen (thanks Ray voor het regelen van het kaartje)

Maar terzake, is Nick Cave voor een niet Nick Cave fan een al dan niet te missen gebeurtenis? Dat was voor mij de vraag toen ik precies op tijd om de laatste paar nummers van het werkelijk bedroevende voorprogramma mee te pikken, de HMH betrad. Even over dat voorprogramma he..dat je muziek maakt die niet te raggen is, is een mens vergeven, dat doen er meer. Dat je zelf niet door hebt dat het ruk is, nou ja, ook dat overkomt meer artiesten. Maar dat je jezelf desondanks presenteert als god’s gift to mankind, maakt het hele gebeuren ronduit pathetisch. Inmiddels begin ik ook te denken dat het aan de HMH ligt want van de flop 5 support acts ever, stonden er 4 in de HMH. Ik zeg…afschaffen.

Gelukkig heb ik die flauwekul niet lang aan hoeven horen en in de pauze Rayman en broerlief gevonden. Na even vastgesteld te hebben dat wij beide het gsm nummer van Lebowski niet hadden en dat wij beide dachten dat die ander het wel zou hebben, hebben we ons neergelegd bij een Lebowski-loze avond en er maar eentje op hem gedronken. In afwachting van Nick werden mij nog wat wetenswaardigheden aangaande Nick live in het oor gefluisterd en ik kreeg mee dat de “stemming” van dit heerschap redelijk bepalend zou kunnen zijn voor de aard van het concert. Ook is zijn werk kennelijk zo eclectisch dat het zowel een indringende ballads parade zou kunnen worden als een woest rockend festijn. Hevig hopend op het laatste zag ik de band opkomen en het feit dat maar liefst twee drummers het strijdtoneel betraden leek mij, met mijn voorkeur voor de rockende Nick, goed nieuws. Een raar mannetje met de uitstraling en het uiterlijk van Catweazel in zijn jonge jaren kwam ook het podium opgekropen wat mij bij Ray even deed checken of Nick ook voor wat betreft uiterlijk zo zijn periodes heeft. Niets van dit, het bleek Warren Ellis te zijn, een man die als sinds jaar en dag met Nick dingetjes doet maar waar ik nog nooit van had gehoord. Anyway, hij zag er leuk uit en deed grappige dingen met nog grappigere instrumenten…..en een viool, wat ik normaal helemaal geen grappig instrument vind, maar nu best wel. Goede gast dus die Warren.

Vervolgens wat het de beurt aan de opkomst van Nick. Het moet gezegd, met zijn 2 meter 50 en zijn dubieuze kapsel, want wijkende haargrens en toch lang geverfd haar, is hem enig charisma bepaald niet te ontzeggen.

Met mijn voorbereiding, het draaien van Dig en die greatest hits plaat, bleek helemaal niets mis te zijn.Pas bij het zevende nummer moest ik melden dat ik het nog nooit gehoord had. Beetje gek vond Ray want dat nummer stond gewoon op Dig en was me kennelijk niet opgevallen. Nou ja, slecht nieuws voor Dig denk ik dan. Maar zonder gekheid, zonder me dus verdiept te hebben in het oeuvre, kende ik zeker driekwart van de nummers hetgeen mij doet vermoeden dat Nick , naast het promoten van Dig, die overigens na afloop flink werd gescoord bij de stand van Fame, vooral de crowd pleasers speelde. Wat mij betreft helemaal best natuurlijk en ik moet dan ook kwijt dat ik me uitstekend heb vermaakt. Nick Cave is duidelijk iemand die een energiek optreden weet weg te zetten en veel mij bekende nummers kregen een uitvoering mee die mij veel meer aansprak dan de studio versie. Puntje voor Ray daarmee want op het podium lijkt Nick dus meer te kunnen maken van zijn songs hetgeen kenmerkend is voor de echte live performer. De nummers die mij het meest bijgebleven zijn, zijn Papa won’t leave you Henry, want geweldig, en Into My Arms, want suf. Ik heb me laten vertellen dat veel mensen het rustige werk van Nick zo waarderen omdat zijn fraaie stem dan extra goed uitkomt, maar, getuige de rij bij de bierstand, zijn er toch ook best veel die daar anders over denken. Gelukkig voor mij en mijn vriendjes in de rij, lag de nadruk vooral op pompende, soms knap bezwerende rock.

Na afloop hoorde ik hier en daar wat gemopper omdat het concert te kort geduurd zou hebben. Beetje gek want ik dacht toch dat er zo’n twee uur werd volgespeeld, lang zat in ieder geval, de maandag en terugreis van anderhalf uur indachtig. Verder werd het ontbreken van Mercy Seat of Mersey Seat of , nou ja klinkt als, als een gemis ervaren. En dat is nou het voordeel van de neutrale toeschouwer, die mist zulke nummers natuurlijk niet.

Rest mij te melden dat ik me bij de stand van Fame hebben laten gaan en alle nog niet in bezit hebbende cd’s heb aangeschaft. Prima indicatie dat ik het een goed concert heb gevonden. Daarmee is mijn Nick Cave verzameling compleet en het aantal nimmer afgespeelde cd’s van de man in eigendom, voorlopig opgelopen tot 8.
PORTISHEAD, 7 april 2008, HMH Amsterdam

10 jaar heeft Portishead niks van zich laten horen en opeens zijn ze daar weer. Met een optreden waar ik gelukkig kaarten voor heb kunnen bemachtigen en een nieuwe cd die op de datum van het concert nog niet uit was en waar ik voor dit optreden nog geen seconde van had gehoord.

Ondanks de lange radiostilte bleek Portishead geenszins vergeten en getuige het feit dat dit optreden in de HMH zeer snel uitverkocht was. Bijzonder ook omdat ten tijde van de kaartverkoop de nieuwe cd “Third” via de downloadkanalen nog niet binnen te halen was. Volle bak vertrouwen dus van het publiek dat, zo bekeken vanaf het luxe balkon, voornamelijk bestond uit hippe dertigers. En ik dan.

Dat dat vertrouwen niet voor niets was, bleek wat mij betreft al direct uit het eerste gedeelte van het concert dat voornamelijk werd gevuld met nummers van Third, het nog uit te komen album. En goeie genade zeg, dat album moet ik zo ontzettend hebben. Over de hele lijn van het concert kan ik stellen dat de nieuwe nummers een zo mogelijk nog grotere indruk achter lieten dan de klassiekers van Dummy en Portishead. Albums uit 1994 en 1997 alweer. Als de nummers van “Third” op cd net zo veel indruk maken als de uitvoeringen op het podium, is de nummer 1 van mijn jaarlijstje bekend.

Wat Portishead in de anderhalf uur dat ze op het podium stonden, lieten horen, behoort tot het beste wat ik de afgelopen vijf jaar live heb mee mogen maken. En das toch best wat. Beth Gibbons, zo te zien zo schuw als wat, liet even een partijtje mooi en zuiver zingen voorbij komen van heb ik jou daar. En dat op de duistere elektronische en vervormde gitaar klanken van de statische maar geweldig spelende band. Een contrast dat de band zo bijzonder maakt. Een band die bij vrijwel ieder nummer zorgde voor een verrassende wending of een kek gespeeld afwijkend arrangement. Werkelijk indrukwekkend.

Voor wat betreft de podium presentatie kan ik kort zijn. Die is zeer sober. Gibbons heeft zo te zien moeite om in de spotlights te staan en staat een half optreden naar haar bandleden te kijken. Zo te zien niet vanuit arrogantie maar veel meer omdat ze niet goed weet hoe te reageren op de uitzinnige reacties van het devote publiek. Ook haar bandleden, een stuk of 5 als ik goed geteld heb, zijn niet al te uitbundige types en laten Gibbons dan ook lekker tobben als ze een poging tot interactie met het publiek onderneemt (thank you, peace x 5). Des te bizarder is het dan om te zien dat ze tijdens de laatste toegift, een nummer dat ik dus nog niet eerder gehoord had maar zo op Mezzanine had kunnen staan (een aanbeveling), het podium afduikt en handjes gaat schudden met de bewonderaars op de eerste rij. En zo wordt dit concert passend afgesloten, met de zoveelste actie die je niet had zien aankomen. Prachtig.
GENESIS - 1 juli 2007, Amsterdam Arena

Op 1 juli dan voor het eerst in ik meen 15 jaar (of is t toch 20) naar een optreden Genesis geweest. En het was een hele leuke dag, ondanks het concert.

Die Arena, wie dat daar ooit verzonnen heeft. Niet helemaal gelukt als “voetbaltempel” en zeker mislukt als “concertzaal””. Het gedoe erom heen ook. Dat begint al als je de parkeergarage binnen rijdt. Een huppeltutje ingehuurd bij Tempo Team, legt je fijntjes uit dat je op de festivalknop moet drukken om vervolgens 17 euro voor parkeren af te tikken. Kijk daar krijg ik dus non-conformistische neigingen van en dat dat gedrag een keer werd beloond, bleek toen ik na afloop mijn kaartje “gewoon” hebt betaald en “slechts”11,70 hoefde af te tikken. Volksverlakkerij eerste klas. Maar ok, de auto stond lekker droog.

Aangezien we vroeg waren hebben we heerlijk in het zonnetje kunnen genieten van een biertje en de prima sfeer die op de Arena Boulevard (die naam, man man, of je de winkelstraat van Noordhoek, met een kruidenier en een cafe, PC Hooftstraat zou noemen). Vervolgens vrij bijtijds op zoek naar ingang Noord-C, en dat was maar goed ook. Een rij van heb ik jou daar en een doorstroom van 1 bezoeker per anderhalve minuut. En aan het veiligheidsaspect lag het niet want al had ik een raketwerper van anderhalve meter meegenomen, geen bewakingsman die hem had gevonden met deze wijze van fouilleren.

Nou dan ben je dus eindelijk in die hal, en heb je dorst en honger. Nou heb ik altijd gedacht dat ze in Amsterdam wel raad weten met echt geld, maar niks hoor. “Arena’s” moet je kopen. Nou en dat valt mee hoor. Zo’n kaartje kost 20 euro, staat leuk een plaatje op van Collins cs, dus waar voor je geld? Nope, bij het afrekenen van een biertje, een Red Bull en twee onduidelijke schijven die een hamburger moesten suggereren, blijkt dat de Arena interpretatie van de Euro, een hele andere is dan die van mij, en naar ik aanneem de gemiddeld bemiddelde Nederlander. Een absolute aanfluiting, iets anders kan ik er, zonder echt grof te worden, niet voor verzinnen. Als je zulke prijzen vraagt, geef er dan wat voor terug zou ik zeggen. Oh ja, bij de toiletten hadden ze een arsenaal Tante Sjaans weg gezet die dan wel zeiden dat de bijdrage voor het gebruik van de, zowaar nette, toiletten, vrijwillig was, maar evengoed bij een donatie van 50 cent wisten te melden, “ik kan ook wisselen hoor Moppie”.

Enfin, heb je fijn je plaatsje opgezocht, blijk je tussen het, in de Arena kennelijk gebruikelijke, theaterpubliek te zitten. Totaal, maar dan ook echt totaal geen concertsfeer. Ja gezemel over rook die van 5 rijen beneden per ongeluk waarneembaar was voor een ouwe sok met het humeur van mijn gelukkig reeds lang geleden overleden Ome Henk. Daar zat ik dan naast. Begint die vogel, fanatiek aan zijn sinas lurkend, ook nog een praatje in een taal die mij tot voor gisteren totaal onbekend was. Of wat dacht je van de "vitale bejaarden". Je weet wel die groep mensen die in grote getale, na een groepsfietstocht van 50 kilometer, neerstrijken op jouw terras als je eens een keertje een dagje vrij hebt om met je zoontje te fietsen en op dat terras eigenlijk een ijsje had willen eten. Nou dat is het soort mensen die al beginnen te zuchten en te steunen als je er even langs moest om wat te drinken te halen. Voor de goede orde, voordat het concert überhaupt begonnen was. Die zaten dus allemaal in mijn vak.

Oh ja, het concert. Laat ik positief beginnen. Phil Collins was, voor zover ik dat kan beoordelen, prima bij stem en is en blijft een charismatisch performer. Ondanks dat ik al zijn grapjes nu wel een beetje ken, kon ik een glimlach hier en daar toch niet onderdrukken. Daarnaast vond ik het geluid, en ik zat tweede ring achteraan (ja die “tiny people in the back”) acceptabel, hoewel dat waarschijnlijk ook te maken heeft met een laag verwachtingspatroon. Daarnaast moet gezegd dat de band prima speelde hoor. Niks op aan te merken. Wat me echter van het hart moet, is dat er desondanks verder werkelijk geen ene fluit aan was.

Ten eerste was er, zoals gezegd, absoluut geen sfeer. In ieder geval niet in het vak waar ik zat. Ook dit komt mogelijk door het gedrocht dat de Arena is. De zo te zien toch luide toejuichingen vanaf het veld, waren bij ons nauwelijks te horen. Doet een beetje afbreuk aan de beleving als je het mij vraagt. Daarnaast ben ik helaas tot de conclusie moeten komen dat het overgrote deel van het werk van Genesis hopeloos gedateerd klinkt. De verfoeide hitjes, die volgens mij zo’n beetje allemaal gespeeld werden, zijn al niet de toppers in het oeuvre maar nu klonk het echt of je bij een “hiep hiep hoera laten we eens een jaren ’80 feestje houden”- festival zat. Wat mij betreft bleef slechts het echt oude werk, met als hoogtepunt “In the Cage” overeind. Voor de rest blijkt de eeuwigheidswaarde van het Genesis materiaal toch ernstig onder de maat te zijn. “Follow you, Follow me”….ik bedoel maar. Zelfs voorheen favoriete nummers als Home by The Sea en Domino klinken nu, met name door de obligate toetsenpartijen, wel heel erg van vroeger. Aangezien de meeste toeschouwers ook van vroeger waren (inclusief ik zelf hoor) zal menigeen dit een worst geweest zijn, maar ik ben, voor het eerst sinds Roni Size , voortijdig naar huis gegaan.

EARTH, WIND & FIRE, 7 mei 2006, Ahoy Rotterdam

Earth , Wind en Fire is typisch een act waarvan ik geen cd’s meer koop, maar wel in de spreekwoordelijke rij voor een kaartje voor een optreden ga staan.Gelukkig was het op 7 mei jl. weer eens zover en mochten we de swingende funktornado verwelkomen in een stijf uitverkocht Ahoy

In diverse media werd dit concert aangekondigd als het eerste optreden sinds 16 jaar. Echter, hoewel op mijn leeftijd het geheugen natuurlijk in toenemende mate onbetrouwbaar wordt, kan ik mij toch nog optredens van veel recenter data herinneren. Allereerst een jaar of 7 geleden in het voorprogramma (!) van Barry White in dezelfde Ahoy. Het zou mij overigens niets verbazen als dat optreden voor Barry het laatste duwtje richting een voortijdig einde is geweest. Waar EWF de Ahoy binnen no time van de stoelen kreeg om te dansen, lukte het Barry daarna eveneens, maar dan voornamelijk om toeschouwers richting de uitgang te manoeuvreren. Tevens nog, ook redelijk recent (dacht 2001), een optreden in de Utrechtse Jaarbeurs. Daar was de volgorde support act – hoofdact beter op orde. Kan me herinneren dat die support act Blof was en dat deze mannen na hun eigen optreden, naast mij, met open mond hebben aanschouwd hoe een optreden wel moet.

Enfin, genoeg gezever over vroeger. Op naar het optreden van 7 mei jl. Allereerst kan ik melden dat voor wat betreft het bestellen van kaartjes, een locatie strategie was ontwikkeld. Immers, VanVanDeGriend (voor intimi, mijn vrouw Susanne) zou op datum van optreden precies 8,5 maanden zwanger zijn. So much voor de arenkaarten dus, maar mooie plaatsen op de eerste Ring is natuurlijk ook prima. Op Ticketmaster 34 x kaarten voorbij laten gaan, totdat ik ze eindelijk had. Stoel 1 en 2 zodat bij een overweldigend toiletbezoek de overlast voor de andere toeschouwers tot een minimum beperkt zou blijven en Susanne niet ingewikkeld zou hoeven te doen op die smalle randjes. Want dat zou natuurlijk wel eens lastig kunnen zijn als er wat meer omvang meekomt dan normaal gezien.

En hier het bewijs dat je nooit te oud bent om te leren want stoel 1 en 2 zitten dus niet aan de buitenkant zoals je zou verwachten, maar echt precies in het midden van een rij. Ahoy heeft namelijk bedacht van binnen uit te tellen. Aangezien het pas mijn 300ste Ahoy bezoek was, had ik dit al wat langer kunnen weten. Mocht je trouwens ooit heel stoer tegen iedereen vertellen dat je op rij 1 zit in Ahoy, dan kom je ook van een koude kermis thuis want dat is dus precies de bovenste en minst benijdenswaardige rij.

Ingeklemd tussen twee niet zwangere negerinnen, die desondanks qua omvang ongeveer het dubbele van mijn Susanne waren, wachtten wij op het optreden van de mannen en enkele dame van EWF. Om stipt 20.00 uur floepten de lichten uit en stormde een 11 man sterke, in smetteloos witte maatpakken uitgedoste band met goede zin het podium op. Wat volgde was een ruim twee uur durende set waarin echt alle funk- en soulklassiekers van EWF voorbij kwamen, aangevuld met wat minder bekend, maar desondanks gruwelijk swingend werk, van recente releases als Illumination. Uiteraard waren zanger Philip Bailey en bassist Verdon White de grote blikvangers. Met name de laatste, die toch onderhand ook wel een jaartje of 60 moet zijn, was vergeten zijn medicijnen tegen ADHD in te nemen en heeft twee uur lang als een bezetene bassend over het enorme podium gestuiterd. Daar kan Ronaldo nog wat van leren zeg maar. Voor de uitvoeringen van klassiekers als September, Boogie Wonderland, Let’s Groove, en Shining Star werkelijk niets dan lof. Met respect voor al die veelbelovende beginnende bandjes, ook in muziek heeft ervaring kennelijk een toegevoegde waarde. Onwaarschijnlijk puntig en strak uitgevoerd met desondanks ruimte voor enige improvisatie.

Klapstuk was wat mij betreft het nummer Reasons. Voor users die dit niet kennen, een enorme vocale prestatie is vereist om dit nummer op adequate wijze uit te voeren. Ik verwed er dan ook een jaarsalaris (dat van Susanne) om dat geen van de Idols kandidaten dit nummer kan zingen zonder aan het eind van de rit bij de eerste de beste K&O arts een spoedoperatie te moeten ondergaan om te redden wat er nog te redden valt. Bedenk me trouwens opeens dat het allicht een goed idee is om alle Idols kandidaten verplicht Reasons te laten zingen. Zijn we van dat gedoe ook weer af.

De vocale prestatie werd overigens, zoals de kenners zullen weten, verlangd van Philip Bailey. En eerlijk is eerlijk, ik heb hem er ook wel eens aan onderdoor horen gaan en hield dus mijn hart vast. Maar allemachtig...werkelijk loep en loepzuiver gezongen hetgeen een uitzinnig (en ik overdrijf niet) Ahoy tot gevolg had.

In mijn enthousiasme over dit concert (een van de betere van dit jaar) kan ik nog pagina’s vullen. Laat ik besluiten met te melden dat EWF er in geslaagd is een stampvol Ahoy vanaf de eerste minuut te laten kolken. Met prachtuitvoeringen van de lange lijst van krakers en een visuele spektakel dat zijn weerga niet kent.
RIVERSIDE – 21 april 2006- Boerderij Zoetermeer

Vrijdag 12 april 2006 was het dan zover. Mijn debuut in de Boerderij van Zoetermeer. Kennelijk heeft dit zaaltje (capaciteit 750 man) een sterke aantrekkingskracht op de jeugd uit de omliggende panden hetgeen er in ieder geval voor zorgt dat de ontvangst door buiten het pand opgestelde groepjes gezellige jongeren zonder kaartje, werkelijk hartverwarmend is. Dat gaf mijn, door ellenlange files danig gezakte, humeur toch wel weer een boost. Liever twee uur in de file om in Zoetermeer te komen dan er wonen. Met excuus aan iedereen voor wie het lot zo heeft mogen bepalen.

Binnen is de sfeer gelukkig een stuk beter. De Boerderij kent, wat ik zo snel even heb gezien, verschillende ruimtes waarbij mijn kompaan en ik besloten hadden dat t café in eerste instantie wel even the place to be was. De voor een luizige 8 muntjes, want ja, ook in dit soort delen van het land is aan de muntenterreur niet te ontkomen, een meer dan acceptabele satéschotel gescoord. Afgeblust met bier uit glazen. Ja lieve lezer, bier uit glazen bij een stevig rockconcert. Kom er maar eens om bij de HMH waar ze zelfs bij een optreden van Katie Melua gewoon een euro of 5 vragen voor lauw bier in een plastic bekertje. Daarnaast lijkt het mij dat ook de Boerderij draait op vrijwilligers. En die hebben er merkbaar zin in. Buitengewoon vriendelijk personeel. Boerderij: hulde!

De Boerderij is wel een zaal waar ik van zijn leven niet terecht was geraakt als revelatie Riverside daar niet zijn optreden had gepland. Een Poolse band waarvan de muziek zich begeeft ergens tussen Marillion, Pink Floyd , Porcupine Tree en meer van dat spul. Niet perse referenties die mij vandaag de dag nog direct naar de platenzaken doen rennen, maar bij Riverside is meer aan de hand. Op t eerste gehoor is het vrij makkelijke aanstekelijk rock met een stevige sympho tic. Nadere beluistering leert echter dat de composities buitengewoon knap in elkaar zitten en een verslavend element in zich hebben. De platen kan ik blijven draaien en mijn nieuwsgierigheid naar de vertaling ervan op het podium was groot.

Om 1 voor half 9 gleed het laatste stuk saté naar binnen en om exact half 9 betraden onze Poolse vrienden het podium. Een eerste blik op het viertal deed ze bij mij direct een punt of 40 stijgen op de sympathiemeter. Twee kale boerenpummels met brave borst uitstraling op drums en gitaar, een jong broekje met in Polen hip, maar hier achterhaald kapsel op toetsen en de studentikoze maar in eerst instantie schuchtere zanger Mariusz op bas. Vier gasten dus die het niet moeten hebben van een machouitstraling (heb gelukkig geen 1 x vuisten met twee vingers de lucht in zien gaan) of van een charismatische podiumvoordracht. Nee deze band moet het hebben van de muziek.

En die muziek, beste lezers, was prima. Volgens mij zijn alle nummers van de twee reguliere cd’s en een aantal van het ep-tje voorbij gekomen. En in wat voor uitvoeringen! Geweldig. Wat hou ik er toch van dat als je vier gasten op het podium ziet staan, je precies weet wie welk geluid voortbrengt. Dat je daadwerkelijk de afzonderlijke instrumenten herkent en als zodanig dus ook een oordeel kan vellen over de bijdrage van de individuen aan het groepsgeluid. Bijkomend aspect is dat je, zo dicht op het podium ook een wat ander beeld krijgt over de moeilijkheidsgraad. Hoe toegankelijk de nummers ook mogen klinken, de uitvoering ervan vraagt klaarblijkelijk vaardigheden.

De gitarist, laten we hem Pjotr noemen, krijgt alle ruimte voor smaakvolle solo’s, de drummer, laten we hem Pjotr noemen, timmert tamelijk subtiel en gedoseerd de nummers aan elkaar, de toetsenist, laten we hem Pjotr noemen, zorgt voor een constant en smaakvol tapijtje onder het moois van de andere Pjotr’s en krijgt zo nu en dan ook de gelegenheid om, bij weer maar eens een prachtige break, zijn synthriedels op het publiek los te laten. Speciale vermelding ook voor zijn nummertje luchtgitaar spelen hetgeen maar weer aanvullend bewijs is dat eigenlijk iedereen die iets met toetsen en/of pc’s doet, eigenlijk veel liever gitarist was geworden . Knapste prestatie was in mijn optiek echter die van de bassist/zanger die, zoals gemeld, dus geen Pjotr heet. In veel nummers van Riverside is de bas niet het ondersteunende instrument maar treedt het daadwerkelijk op de voorgrond. Als je met die wetenschap, ook mag zingen, dan vraagt dat wel iets van kundigheid. Enige bewondering is dan wel op zijn plaats, zeker als je dat alles doet op de manier waarop het vrijdag gedaan werd.. Mariusz heeft een prima live zangstem en bracht de songs met de nodige passie. Hetgeen me zeer meeviel want ik moet eerlijk toegeven dat op plaat de zang bij momenten karaktervoller had gekund.

Al met al dus een prachtavond gehad. Vier Poolse knapen die enthousiast en gedreven, en naarmate het optreden vorderde, ook met steeds meer vertrouwen hun knappe werk ten gehore brachten. Het plezier dat ze er zelf in hadden bleek duidelijk uit de steeds uitbundiger wordende bedankjes van Mariusz en het feit dat ze een toegift of drie, vier hebben gegeven waarvan twee nadat het zaallicht al weer was aangegaan. Het enige minpuntje dat ik kan bedenken aan deze avond was het publiek. Voorin de zaal de mensen die daadwerkelijk voor de muziek komen en achterin de zaal de mensen die voor die 15 euro om t even welk bandje gaan “kijken” maar eigelijk alleen maar komen om te veel bier te drinken en door de rustige passages heen te ouwehoeren. Met name dat laatste is wel storend en bijna een argument om voortaan maar 50 euro voor een kaartje te vragen. Heb je tenminste alleen de fans binnen.

Gelukkig is het aantal fans voor deze verrassende band behoorlijk aan het stijgen. Aan de ene kant gun ik dat deze brave borsten van harte. Aan de andere kant is het ook wel leuk om ooit in een klein gezelschapje te kunnen zeggen: “ weet je nog.....Riverside...nooit meer wat van gehoord maar wat waren ze geweldig”.

Op weg naar de uitgang toch maar de Poolse versie van “Out of Myself” meegenomen. Om vier redenen: om deze geweldige band te steunen, omdat lieve Poolse meisje achter de balie een plezier te doen, om de afwijkende hoes maar vooral omdat ik op de terugweg Riverside wilde horen. En dat is iets wat ik zelden doe.....na een concert een cd van de desbetreffende band draaien. Nu wel. Het zegt genoeg.
DAVID GILMOUR-19 maart 2006- HMH Amsterdam

Voor de derde keer dit jaar (2006-red) alweer naar Amsterdam getogen. Nogal mijl op zeven vanaf mijn woonplaats. Daarnaast is de HMH niet echt mijn favoriete zaal. Maar dit alles boeit een stuk minder op het moment dat een artiest van het kaliber David Gilmour zijn opwachting maakt. Wat daarnaast ook prima helpt is als je vrouw, werkzaam bij de hoofdsponsor, er in slaagt om VIP-kaarten voor je te organiseren. Prima plaats natuurlijk en, in tegenstelling tot de rest van de zaal, wel het gehele optreden een drankje en een hapje. En, bij uitzondering, ook nog eens geserveerd door een vriendelijk lachende dame. Wat wil je nog meer ? Nou daar kom ik zo wel even op.

Voor aanvang van het optreden had ik, koning VDG, vanuit de loge, prima de gelegenheid gehad om de entourage tot mij te nemen. En, eerlijk is eerlijk, die deed weinig goeds vermoeden. Ten eerste werd een buitengewoon suf klassiek pauzemuziekje gedraaid. Niet de Bolero, of iets van Grieg ofzo maar van die liftenmuziek waarvan zelfs je grootmoeder van 92 zou zeggen, “nou dit is veel minder herrie dan dak gedacht had”. En dan stoelen op de plaats waar normaal mensen staan! Dan weet je het dus al wel. De dansschoenen kunnen uit, de pantoffels kunnen aan en we bestellen port in plaats van bier. Er was zelfs even een moment waarop ik dacht “die VIP”-plaatsen zijn ook kut. Hadden ze er nou echt niet een open haard en een sigaar bij kunnen doen?” En dan ook nog eens bitterballen in plaats van een Frans kaasje.

Maar goed, we kwamen natuurlijk niet voor de entourage maar voor de muzikale kunsten van meestergitarist David Gilmour. En daar kun je, op basis van prestaties in het verleden, dan vervolgens best optimistisch over zijn.

Om 20.00 stipt ging het zaallicht uit en verscheen David met zijn begeleidingsband (waarin o.a Phil Manzanera van Roxy Music) op het podium om direct een van de betere nummers van recent solo-album “ On an Island” in te zetten. Ik dacht nog bij mezelf: “wat een goed idee!”. Beginnen met werk van het solo-album. Hebben we dat tenminste gehad. Nou dat beginnen met het solo-album had David ook bedacht maar waar hij en ik duidelijk een verschil van mening over hebben, is dan vervolgens met hoeveel nummers van je solo-album je een concert begint. Ik had zo iets van…één ofzo…of…doe eens gek…doe er twee. Kun je mooi nog even bier halen voordat het echt begint. David dacht van: weet je wat…ik doe het hele album. Ik herhaal het hele album! En nou ga ik niet beweren dat “On an Island” een slecht album is. Integendeel, in combinatie met de al aangehaalde port, een knetterende open haard en een Frans kaasje, is On an Island prima weg te luisteren. Maar goed, die randvoorwaarden waren, zoals gezegd, niet aanwezig. Bovendien heb ik er een probleem mee als een artiest bij zijn eerste de beste aankondiging meldt wat er het eerstkomende uur gespeeld wordt. Dat wil ik gewoon helemaal niet weten. Ik wil verrast worden en kinderlijk enthousiast reageren als de eerste tonen van een mij welgevallig lied worden gespeeld. Nu goed, het eerste uur heb ik mij vermaakt door zo nu en dan een drankje te nuttigen en bij mezelf te denken: “trek je daar dan aan op, beneden is de bar dicht!”.

Na de pauze, waarvan het einde overigens met een keurige theater ding-dong werd aangekondigd, was het gelukkig totaal andere koek. De een na de andere Pink Floyd klassieker kwam voorbij, hetgeen ook nog maar eens benadrukte wat voor slecht idee dat integraal spelen van On an Island was. Ten opzichte van nummers als Shine on You Crazy Diamond, Time, Echoes (inderdaad de full length maxi single versie van dik 20 minuten) Comfortably Numb en zelfs The Division Bell, steekt het namelijk nogal bleekjes af. Zeker als David en begeleidingsband,zoals op deze avond, serieus werk van de uitvoeringen maken en ondubbelzinnig laten horen wat voor bekwame muzikanten op het podium staan. Want op de prestaties op het podium was verder werkelijk niets af te dingen. Bij iedere aanslag van Gilmour hoor je direct dat hij het is. En hij speelde in mijn beleving geweldig, sterker nog , hij excelleerde. En dat in combinatie met een uitgelezen selectie uit de Pink Floyd catalogus, zorgde dan toch nog voor een kippenvel moment of drie. En daar is het natuurlijk allemaal om te doen.

Overigens ontkom je bij een optreden van een oerlid van Pink Floyd die een combinatie van solo-werk en bandfavorieten brengt, niet aan de vergelijking met Roger Waters die volgens hetzelfde principe te werk gaat. Nu heb ik Waters een aantal jaren geleden gezien en dat beviel mij veel en veel beter. Ten eerste is het solo werk van Waters in mij optiek een stuk stekeliger en sterker, en leent het zich meer voor uitvoeringen op het podium. Daarnaast koos Waters destijds voor een veel verrassender opbouw van zijn set-list, al gaat hij tijdens zijn komende tour geloof ik integraal Dark Side of the Moon doen. Nou ja, toch een iets beter idee dan On an Island integraal. Verder kiest Waters steevast voor potige uitvoeringen daar waar Gilmour het solo nogal sobertjes houdt. Waters wint het wat mij betreft dan ook punten al zie ik uiteindelijk veel liever beiden tegelijk op één podium staan. En ja, het liefst inclusief het grootse spektakel van de laatste Pink Floyd tournees. En dat is nou nog eens spijker op de kop voor wat ik deze avond gemist heb: Echt spektakel.
SIMPLE MINDS- 17 februari 2006- HMH Amsterdam


Op 17 februari jl. ben ik naar de Amsterdamse HMH getogen om aldaar mijn vrienden van vroeger voor de 33-ste keer te gaan aanschouwen. Ja ik heb iets met de Simple Minds en ik ben maar eens voor mezelf nagegaan waar dat vandaan komt. En waar kom je dan op uit? Het zal allicht te maken hebben met het feit dat op 31 maart 1984 Simple Minds de allereerste band was welke ik live heb mogen aanschouwen. Het concert destijds in Ahoy heeft indruk gemaakt en sommige details herinner ik me nog als de dag van gisteren. Zoals de prijs van het kaartje. Man wat duur. 25 gulden! Daar moest ik een week lang de Volkskrant voor rondbrengen in een gereformeerd dorp. Ter verduidelijking: in een gereformeerd dorp leest geen hond de Volkskrant en dat betekende dus iedere morgen een fietsrit van een kilometer of 14 teneinde 11 kranten over het hele, best grote dorp te verspreiden, uitgescholden worden door een salonsocialist die vond dat zijn krant te laat werd bezorgd en dan, rechts uitbuiterig, per bezorgde krant in plaats van per gereden kilometer betaald worden. Ergo...voor dat kaartje van de Simple Minds heb ik een kilometer of 85 gefietst. En ik kan je verzekeren dat de winters in die tijd streng waren. Sindsdien heb ik ook een vrij grondige hekel aan de Volkskrant maar dat doet hier verder weinig terzake.

Simple Minds dus. Destijds was ik student en bestond er haast geen groter genoegen dan, tijdens het hakken van een wak in de wasbak op je zolderkamertje, New Gold Dream te draaien. De plaat is zondermeer een van de soundtracks van mijn studententijd en dat sentimentele gegeven heeft er toe bijgedragen dat ik iedere keer maar weer braaf op pad ga om Simple Minds te zien als ze zich in de buurt melden. Ondanks een aantal matige releases in de afgelopen jaren. Nu moet gezegd zijn dat het recente Black & White een alleszins aardige plaat is geworden dus met enige verwachting werd dan ook afgereisd.

In de HMH aangekomen merkten wij direct dat mijn kritiek ten aanzien van de muntendistributie kei en keihard is aangekomen bij de organisatie. Op diverse plaatsten stonden nu lieftallige dames met mobiele muntunits de horde dorstige fans van munten te voorzien. Teneinde de kans op muntafname zonder betaling zo gering mogelijk te maken, werden deze dames overigens wel geëscorteerd door heel wat minder lieftallige geoorbelde horken, formaat basaltblok. Keurig afgerekend dit keer.

Gezien het heel wat geringe formaat van een van mijn kompanen, zat er overigens niets anders op dan een plekje dicht bij het podium te zoeken alwaar wij tijdig genoeg aanwezig waren om de laatste klanken van een Brabants bandje aan te horen. De naam van het bandje is me helaas ontschoten maar t klonk best lekker. Daarna (goh) was het de beurt aan onze vrienden.

Opper Mind Jim Kerr, die onder luid gejuich als eerste het podium betrad, was waarschijnlijk net teruggekomen van wintersport. Anders is de enorme skibril die zijn gelaat tooide, lastig te verklaren. Gelukkig steeg de temperatuur in de hal dusdanig rap dat ook Jim redelijk snel inzag dat hij niet langer in Kirchberg was en verdween de bril in een, naar wij toch mogen hopen, vuilnisbak.

Daarbuiten was Jim overigens flink in vorm. Ik heb hem weer een paar poses zien aannemen die, als ik ze na zou doen, onherroepelijk zouden leiden tot het vroeg in het jaar volledig opgebruiken van mijn verzekerde quotum fysiotherapiesessies.

Charlie zag er, net als in vroeger jaren, patent uit en is in ieder geval qua haardos The Edge ruim de baas. Oud gediende Mel Gaynor nam gelukkig plaats achter de drumkit maar daarmee was de koek aan oude bekenden wel een beetje op. De bassist wiens naam mij maar niet te binnen wil schieten, was een vleesgeworden versie van Frid Dido en had op het podium de uitstraling van een wegens bezuinigingen niet aangestoken lantarenpaal. De toetsenist leek een beetje op zo’n shoegazertje met storend Suede-haar en deed nog maar eens verlangen naar een glorieuze come back van de, naar ik hoop inmiddels kalende, McNeil. Met dit gebazel wil ik vooral ook een bruggetje maken naar een van mijn bezwaren ten aanzien van Simple Minds 2006. Vroeger was Simple Minds een echte band met vijf permanente leden die elk hun specifieke en eigenlijk onmisbare bijdrage hadden aan de groepsound. Vandaag de dag is het Kerr en Burchill die met letterlijk en figuurlijk, anonieme sessiemuzikanten op pad gaan. Dat is te zien en helaas ook wel een beetje te horen.

Over het concert zelf is verder veel positiefs te melden. Het voordel van een band die al wat jaren meedraait, is dat de keuze uit te spelen songs ruim is. Dan kun je nog de fout maken net die verkeerde nummers eruit te pakken maar dat is zeker niet gebeurd. Sterker nog, de set die de Minds speelden was een welhaast uitgelezen mix van stokoud tot zeer recent materiaal waarbij de matige releases die men in de loop der jaren heeft uitgebracht, nagenoeg werden genegeerd. Wel was er, tot mijn grote genoegen, ruimte voor, bij het grote publiek, minder bekende nummers van voor New Gold Dream. Daarnaast werd voor wat betreft de “oude doos” vooral geput uit New Gold Dream en Sparkle in the Rain. Met name bij nummers van deze laatste plaat, kwam naar voren dat de sound van Simple Minds wat dunner en eenvormiger is geworden. Tijdens de prachtige, uitvoering van Big Sleep, leek het er overigens even op dat we in het slangenhuis van dierentuin Blijdrop terecht gekomen waren. Het gesis teneinde een klein groepje dronken grappenmakers met stropdas (kent u ze erger ?) tot geluidsreductie te manen, was werkelijk niet van de lucht. Van het nieuwe Black & White werd eveneens een behoorlijk aantal nummers gespeeld waarbij het majestueuze “Dolphins” zeker een hoogtepunt genoemd mocht worden.

Ook “Don’t You Forget about me” kwam voorbij. Destijds vond ik dat een prachtnummer maar inmiddels zijn de eerste tonen ervan, aanleiding om mijn verantwoordelijkheid ten aanzien van consumptieverstrekking te nemen. Ik bier halen dus. Nou daar heb ik spijt van gekregen. Ten eerste...probeer maar eens 3 volle glazen bier en 1 spa blauw ongeschonden door een lalalalala brallende springende meute veertigers heen te krijgen. Dat valt voor d’n drommel niet mee. Ben je eindelijk met je drie halfvolle bekertjes bier en een slokje spa in de buurt van je vriendjes, is je plaats overgenomen door een indianendans uitvoerende imbeciel met stropdas ( die ja...) . Jullie zullen snappen dat mijn bewondering voor het desbetreffende liedje bepaald niet is toegenomen. Maar verder, geen kwaad woord over de tracklist al zal een enkeling “Promised you a miracle” of “Ghostdancing” gemist hebben.

Al met al heb ik een genoeglijke avond gehad met een goed spelende band die een keurige keuze uit het beschikbare materiaal heeft gemaakt. Echt wereldschokkend is het echter niet meer en duidelijk is toch wel dat het hoogtepunt van de band jaren en jaren geleden is. De songs zijn er maar de eens zo machtige Simple Minds sound was bij vlagen erg ver te zoeken.

Tenslotte. Op weg naar de postbank lounge waar de laatste muntjes nog even opgemaakt moesten worden, liep ik nog een in een Belgisch Fanclub t-shirt gehulde mijnheer tegen het lijf. In de veronderstelling dat hij Marc (voor niet ingewijden...user C-Moon, voorzitter van de fanclub in België) wel zou kennen, sprak ik hem aan. Dat was een beetje een blunder. Ik heb een biertje van m gekregen, hetgeen nog wel leuk was, maar daarna heeft deze mijnheer zeker een kwartier lang onverstaanbaar koeterwaals in mijn steeds natter wordende oor getetterd waaruit ik maar de conclusie heb getrokken dat hij C-Moon niet kent. Gelukkig maar.
DEEP PURPLE – 26 januari 2006- HMH Amsterdam

Zo maar op een woensdagavond een telefoontje krijgen dat er een kaartje over is voor een optreden van oude helden van je, is nog eens een meevaller. Ik hoefde zelfs niet te sturen !
Dus donderdag 26 januari op naar Deep Purple met een gezelschap van kenners. Iets dat ik zelf zeker niet ben. Dit ondanks het feit dat mijn liefde voor stoere muziek zo’n beetje begonnen is met een aantal klassieke DP albums (In Rock, Made in Japan). Mijn kennis van het recente werk van Deep Purple was voor aanvang van dit concert echter nihil. En met recent bedoel ik dan alles wat na pakweg 1976 is uitgebracht.

Keurig op tijd waren we in de HMH om direct te constateren dat we beter een uur later hadden kunnen komen om zo de ellenlange rijen bij de muntenautomaten te ontlopen. Het logistieke proces van drankvoorziening is, ondanks de naam van de hal, nou niet echt dat je zegt op orde. Maar goed, belangrijkere zaken nu.

Na een plaats bemachtigd te hebben op 3 meter afstand van het podium, was het wachten op de oude mannen. En oud zijn ze. Ian Paice zag er vroeger uit als Elton John in zijn jonge jaren maar tegenwoordig als Elton John in zijn oude jaren. Roger Glover was getooid met stoere piratenmuts die ik toch wat apart vindt staan bij een zestiger. Daarnaast roept deze knaap bij mij op een of andere manier de associatie op met Kermit. Zanger Ian Gillan himself ziet er, voor zijn 60 jaar en met acceptabel kort gewiekt kapsel uit als iemand waarvan je hoopt dat je alleenstaande moeder er een keer mee thuis komt. Tot zover het fysieke voorkomen van de oerleden van Deep Purple. Redelijk recent is Don Airey, Jon Lord op toetsen komen vervangen en al wat langer geleden is gitarist Steve Morse gerekruteerd om de legendarische Ritchie Blackmore te doen vergeten. Deze knaap is als enige nog in het bezit van een kapsel met serieus lange manen en draagt, eveneens als enige, nog een vale spijkerbroek. Al met al heb je even het idee te kijken naar vier wijze ooms die hun getalenteerde neefje de gelegenheid geven ook eens wat in de muziek te doen.

Dus ja, als dat erg onhippe zooitje ongeregeld het podium opkomt, vraag je je even af van….wat moet dit worden.

Die twijfel, kan ik jullie melden, was snel weg. De fantastische ritmesectie Paice/Glover (of zo u wilt Elton/Kermit) laat horen dat een jaar of 30 samen spelen, zo zijn rendement oplevert. Zelden zo’n strakke en stuwende ritmesectie gehoord. Heel veel rockbands zouden er een stuk beter voorstaan als ze een duo als dit in huis zouden hebben. Wat zou Metallica nog veel beter klinken zeg, en hoe zou Iron Maiden er live voor staan zonder die vaak zo zwalkende ritmesectie. Onwaarschijnlijk geolied gebeuren. Petje af.

Ook de twee “nieuwe”bandleden zijn bepaald geen prutsers. Don Airey slaagt er in om, in aanvulling op de geroemde ritmesectie, met zijn toetsenspel de typische Purple sound (zoals ik me die herinner) overeind te houden. Daarnaast is er alle ruimte voor gitaarwonder Morse om te soleren en eventuele gaatjes in te vullen met zijn magnifieke spel, goed te volgen vanuit onze positie en voor anderen in de zaal op twee grote videoschermen.

Dan blijft over zanger Ian Gillan (what’s in a name) die toch vooral bekend staat om zijn hoge uithalen (zie Child in Time). Hoe gaat zo’n man dat op zijn zestigste nog voor elkaar krijgen ? Nou, mijnheer heeft kennelijk weinig zin gehad om het publiek lang in twijfel te laten want bij zijn eerste de beste publieksaankondiging volgt een wel zeer langgerekt good eeeeeeeeeeeeeeeevening. Ik heb t de volgende dag thuis voor de grap ook even geprobeerd en heb me daarna terstond naar de plaatselijke drogist mogen spoeden teneinde een flinke voorraad keelpastilles in te slaan (inmiddels gaat t wel weer, dank jullie). De man is, en zonder het zelf gezien en gehoord te hebben, had ik het ook niet geloofd, zeer goed bij stem. Het enige wat opviel is dat Ian, na de nummers, zo nu en dan even op adem moest komen. Nou het is m vergeven, zeker als hij tijdens een aantal nummers springend loopt te zingen. Ik zie het niet veel zestigers meer doen. En voor mij hoeft Ian ook niet meer te springen eigenlijk want, eerlijk is eerlijk, het ziet er wel wat potsierlijk uit…zo’n springende vitale bejaarde.

Over de setlist heb ik helemaal niets te klagen gehad. Vrijwel alle mij bekende klassiekers zijn voorbijgekomen: Smoke on the Water, Black Night, Lazy, Space Trucking, Highway Star en zelfs oerhit Hush. De uitvoeringen van deze nummers kunnen zich wat mij betreft meten met de als superieur beschouwde opnames van Made in Japan. Child in Time werd niet gespeeld, volgens de kenner in mijn gezelschap omdat dat Ian Gillan teveel aan Blackmore doet denken. Nou ja, wie het weet mag t zeggen. Ook het “nieuwe” werk klonk mij zeer aangenaam in de oren en doet in niets onder voor de klassiekers.

Samenvattend kan ik het volgende stellen. Ik heb gekeken en geluisterd naar een griezelig goede band met een uitgekiend repertoire van klassiekers welke op grootse wijze werden uitgevoerd. Op enige moment zullen deze oude knarren er toch mee op moeten houden maar ik ben blij dat ik ze toch nog een keertje heb mogen aanschouwen.

En voor wat betreft “het publiek”. Een zeer gemêleerd en enthousiast gezelschap dat zeker niet alleen bestond uit oude rockers. Opvallend veel jongeren en opvallend veel dames ook. Gezellig. Een eervolle vermelding nog voor de grijzende zestiger in houthakkersbloes die naast mij, eerst nog voorzichtig, maar later vol overgave 2 uur lang als een bezetene luchtgitaar heeft gespeeld. Zelfs bij het stukje “Tulpen uit Amsterdam” tijdens de toetsensolo van Don Airey.

Foto
The Waterboys 7 maart 2006 zaal 013 Tilburg

En daar stonden ze nog maar weer een keer. The Waterboys. De band rond Mike Scott die in de loop der jaren ook wat solo albums heeft uitgebracht. Al is mij eigenlijk niet duidelijk wat nu precies het verschil is tussen Waterboys en Mike solo.

Het optreden in 013 was het eerste in een reeks die ter promotie is opgezet voor het nieuwe album dat Book of Lightning is gedoopt. Het eerste deel van het optreden was dan ook gevuld met nummers van dit album. Beetje jammer wel want het album was ten tijde van het optreden nog niet uit en de onbekendheid met de nummers dempte het enthousiasme van het publiek toch danig. Publiek dat overigens in niet al te grote drommen was opgekomen. Navraag leerde me dat slechts iets meer dan 1000 kaarten waren verkocht van de beschikbare 2200. Lekker rustig was het daardoor wel bij de bar en zelfs een plasje doen leverde geen halsbekende toeren en ook al niet de gebruikelijke stortvloed aan verwensingen op.

Het optreden zelf was dan wel niet het beste wat ik van Mike cs. heb gezien maar verdienstelijk was het zeker. Het nieuwe werk is me te onbekend nog en klonk vooral eenvormig, een beetje te recht toe recht aan rock. Maar gelukkig was er ook ruimte voor een paar klassiekers. Nummers die er duidelijk ook beter in zaten bij de muzikanten. Medicine Bow en prijsnummer The Pan Within kregen mooie uitvoeringen. Opvallend genoeg geen Whole of the Moon maar dat deerde het publiek niet echt. Dat nummer kennen we nu ook wel.

Het verloop van de tour zal ongetwijfeld een beter in gespeelde band opleveren. Als dan ook het nieuwe werk wat is ingedraaid bij het publiek, komt het wel weer goed met The Waterboys on tour. 

Oh ja...de foto's zijn van eigen hand en gemaakt met een toetsel dat een hele uitgebreide maar vooral ook ongelezen handleiding kent.

Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
The Riders on the Storm 4 januari 2007 HMH Amsterdam

4 januari 2007. 40 jaar na de release van "The Doors"  waren ze weer eens in Nederland. En, net als een poging bijna 40 jaar geleden, stonden ze zonder Jim Morrison op het podium. Dit keer niet onverwacht. Ian Astbury, zanger van The Cult, had de ondankbare taak om Jim Morrison te doen vergeten tijdens dit avondje klassiekers meebrullen. En t moet gezegd, dat ging hem behoorlijk af.  Slechts bij de toegift, onvermijdelijk met " Riders on the Storm en "Light my Fire" , was duidelijk verschil te horen met de gekoesterde plaatversies. Een heerlijk avondje nostalgisch vermaak met nummers die over een jaar of 40 nog steeds kunnen. Foto's zijn van eigen hand dus niet geweldig.
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Radiohead 28 augustus 2006 HMH Amsterdam

Onderstaand de foto's die ik heb gemaakt tijdens het optreden van Radiohead in de HMH op 28 augustus 2006.
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto


| Meer

Winkelwagen
Zoek producten
 
 
Alle bedragen zijn inclusief BTW
      Powered by CCV Shop webwinkel beginnen

Deze website gebruikt cookies om het bezoek te meten, we slaan geen persoonlijke gegevens op.